De waarde van een nalatenschap wordt vastgesteld door alle bezittingen en schulden van de overledene op het moment van overlijden in kaart te brengen en te waarderen. Dit proces heet de boedelbeschrijving. Bezittingen zoals een huis, auto, bankrekeningen en beleggingen worden op hun marktwaarde geschat. Dit geldt ook voor de inboedel (meubels, kunst, sieraden), voertuigen en soms ook levensverzekeringen of ondernemingsvermogen. Elk onderdeel wordt gewaardeerd tegen de waarde op de overlijdensdatum. Soms wordt een taxateur ingeschakeld om de waarde van bepaalde goederen, zoals een woning, te bepalen. Voor de erfbelasting vraagt de Belastingdienst vaak om onderbouwing zoals een WOZ-beschikking, aankoopbewijs of taxatierapporten. Van het totale vermogen worden de schulden, zoals hypotheek, leningen of openstaande rekeningen, afgetrokken, en niet te vergeten de uitvaartkosten. Zo wordt de netto nalatenschap berekend: het bedrag dat uiteindelijk kan worden verdeeld onder de erfgenamen. Vaak zijn er nog wel allerlei kosten die daar nog vanaf gaan, zoals notariskosten, ontruimer, taxateur etc.