Persoonlijke bezittingen, zoals sieraden, meubels of familie-erfstukken, worden soms al aan een specifiek iemand toegewezen in het testament. Dat kan ook met een zogenaamd ‘codicil’, dat is een handgeschreven, gedateerd en ondertekend document waarin staat wie wat krijgt. Dat kan alleen voor spullen als sieraden, inboedel en kunstvoorwerpen, niet voor geldbedragen. Als het testament hier niets over zegt en er is ook geen codicil, dan valt alles gewoon in de nalatenschap en moeten de erfgenamen alles samen verdelen.
Erfgenamen kunnen in onderling overleg afspraken maken over wie welke voorwerpen krijgt. Een handige manier is om een lijstje te maken van alles wat verdeeld moet worden en iedereen te laten aangeven wie wat wil. Maak onderscheid in financiële waarde en emotionele waarde. Bij spullen die meerdere mensen willen hebben, kun je dan om de beurt kiezen, of verloten. Je kunt ook in overleg ruilen of (waarde) compenseren. Een mediator kan helpen om deze verdeling te begeleiden en ook om de afspraken formeel vast te leggen, zodat later geen onenigheid ontstaat. Als er geen goede verdeling mogelijk is, worden spullen met financiële waarde soms verkocht en de opbrengst verdeeld.
Als de overledene een partner/erfgenaam achterlaat, dan krijgt deze alle goederen en dus ook alle persoonlijke spullen. De kinderen krijgen alleen een geldvordering op de langstlevende, de spullen vallen pas vrij als de langstlevende overlijdt. Vaak worden persoonlijke spullen wel in goed overleg verdeeld, maar juridisch is alles eerst eigendom van de langstlevende.