Het uitgangspunt dat alle bezittingen en schulden voor de erfbelasting worden gewaardeerd op de dag van overlijden.
Wat dit uitgangspunt betekent
Voor de erfbelasting worden alle bezittingen en schulden gewaardeerd op de dag van overlijden. Dat is de peildatum. Wat de woning, de beleggingen of de inboedel op die dag waard waren, bepaalt de omvang van de nalatenschap. Waardestijgingen of dalingen na die datum tellen voor de erfbelasting niet mee.
Ook schulden worden op de overlijdensdatum vastgesteld. Denk aan het saldo van de hypotheek en openstaande rekeningen op die dag.
Hoe je de waarde bepaalt
Voor banksaldi vraag je een saldo op overlijdensdatum op bij de bank. Beleggingen waardeer je tegen de koers op die dag. Voor een woning geldt meestal de WOZ waarde van het jaar van overlijden. Bij een overlijden in de tweede helft van het jaar mag je onder voorwaarden de WOZ waarde van het volgende jaar gebruiken als die lager is. Kostbare spullen laat je taxeren.
Waar je op let
Daalt de waarde van een woning of beleggingen flink na het overlijden, dan betaal je toch erfbelasting over de hogere waarde op de overlijdensdatum. Andersom geldt hetzelfde. Leg de gebruikte waarden en de onderbouwing goed vast. Dat helpt bij vragen van de Belastingdienst en voorkomt discussie tussen erfgenamen bij de verdeling.
Hulp van De NalatenschapsMakelaar
Twijfel je over de juiste aanpak, dan helpt een van onze NalatenschapsMakelaars je graag verder. Lees meer over hulp bij de aangifte erfbelasting of plan een vrijblijvend adviesgesprek.